Amstedam – DAM – Test Project (NL)

CATEGORIES: TEST, TEST

Location
Hilversum

Client
Delta Lloyd Vastgoed; Phoenix Bouwontwikkeling

Description
two buildings of 5000 m2 each, with flexibele office spaces

DE DAM

De Dam ontleent zijn naam aan de eigenlijke functie die het plein in het begin had: het was namelijk een dam in de Amstel, die tussen 1204 en 1275 werd gebouwd. De meest waarschijnlijke datum ligt tussen 1265 en 1275. De Dam vormde de eerste verbinding tussen de nederzettingen aan de Warmoesstraat en de Nieuwendijk aan weerszijden van de rivier. Er zat een sluis in de dam, waarmee schepen geschut konden worden en waarmee ook gespuid kon worden. Door af en toe het water met grote kracht richting IJ te laten stromen, werd de haven (het Damrak) uitgeschuurd.

De bovenkant van de dam werd geleidelijk breder, en de schutfunctie verdween. De dam werd groot genoeg voor een plein, dat de kern van de stad werd en waaromheen de stad zich verder ontwikkelde. Oorspronkelijk waren het twee pleinen. De eigenlijke dam heette Middeldam, het westelijke deel ontstond na 1390 en werd tot in de 16e eeuw Plaetse genoemd. In 1795 is de naam tijdelijk veranderd in Revolutieplein en ten tijde van Napoleon (1811-1813) in Napoleonplein.

Een gedeelte van de Dam aan de zijde van De Bijenkorf heeft de naam Vissersdam gedragen, omdat hier vis werd verhandeld. Hier was tot 1841 de vismarkt. Het deel aan het Rokin heette Vijgendam. Beide namen zijn in 1957 vervallen. Sindsdien strekt de Dam zich uit van de Mozes en Aäronstraat tot aan de Damstraat.

Vanaf de 14e eeuw was de Dam niet alleen geografisch, maar ook bestuurlijk het centrum van de stad. Het Oude Stadhuis van Amsterdam stond aan de westkant van de Plaetse, tussen de Nieuwendijk en de Kalverstraat, totdat het in 1652 door brand werd verwoest. Daarna verrees hier het nieuwe Stadhuis (Paleis op de Dam).

Ten noorden van het stadhuis verrees vanaf 1408 de Nieuwe Kerk, die tot in de 17e eeuw werd uitgebreid en verfraaid. Tegenwoordig domineert dit gebouw de noordwestzijde van de Dam.

Als marktplein had de Dam vanaf 1341 een waag, die in 1565 werd vervangen door een nieuw gebouw. In 1808 echter werd dit afgebroken op last van Lodewijk Napoleon, die toen zijn intrek nam in het Paleis op de Dam en zijn uitzicht belemmerd zag.

Schepen konden tot 1841 aanmeren bij de Dam om goederen te laden en te lossen, totdat het huidige Damrak werd gedempt ten zuiden van de Oudebrugsteeg. Op het meest zuidelijke deel verrees tussen 1841 en 1845 de Beurs van Zocher. Na de bouw van de Beurs van Berlage in 1903, werd de beurs van Zocher gesloopt. Hier staat sinds 1914 De Bijenkorf.

Op de hoek van de Kalverstraat en de Paleisstraat verrees in 1870 het gebouw van De Groote Club, in 1914 werd dit vervangen door het huidige gebouw. Tussen de Kalverstraat en het Rokin verdween in hetzelfde jaar de oude bebouwing, waaronder ‘Zeemanshoop’ en werd in 1917 het nieuwe gebouw van Peek & Cloppenburg geopend. Sinds 1991 bevindt zicht hier ook de Amsterdamse vestiging van Madame Tussauds.[1]

 

De Dam ontleent zijn naam aan de eigenlijke functie die het plein in het begin had: het was namelijk een dam in de Amstel, die tussen 1204 en 1275 werd gebouwd. De meest waarschijnlijke datum ligt tussen 1265 en 1275. De Dam vormde de eerste verbinding tussen de nederzettingen aan de Warmoesstraat en de Nieuwendijk aan weerszijden van de rivier. Er zat een sluis in de dam, waarmee schepen geschut konden worden en waarmee ook gespuid kon worden. Door af en toe het water met grote kracht richting IJ te laten stromen, werd de haven (het Damrak) uitgeschuurd.

De bovenkant van de dam werd geleidelijk breder, en de schutfunctie verdween. De dam werd groot genoeg voor een plein, dat de kern van de stad werd en waaromheen de stad zich verder ontwikkelde. Oorspronkelijk waren het twee pleinen. De eigenlijke dam heette Middeldam, het westelijke deel ontstond na 1390 en werd tot in de 16e eeuw Plaetse genoemd. In 1795 is de naam tijdelijk veranderd in Revolutieplein en ten tijde van Napoleon (1811-1813) in Napoleonplein.

Een gedeelte van de Dam aan de zijde van De Bijenkorf heeft de naam Vissersdam gedragen, omdat hier vis werd verhandeld. Hier was tot 1841 de vismarkt. Het deel aan het Rokin heette Vijgendam. Beide namen zijn in 1957 vervallen. Sindsdien strekt de Dam zich uit van de Mozes en Aäronstraat tot aan de Damstraat.

Vanaf de 14e eeuw was de Dam niet alleen geografisch, maar ook bestuurlijk het centrum van de stad. Het Oude Stadhuis van Amsterdam stond aan de westkant van de Plaetse, tussen de Nieuwendijk en de Kalverstraat, totdat het in 1652 door brand werd verwoest. Daarna verrees hier het nieuwe Stadhuis (Paleis op de Dam).

Ten noorden van het stadhuis verrees vanaf 1408 de Nieuwe Kerk, die tot in de 17e eeuw werd uitgebreid en verfraaid. Tegenwoordig domineert dit gebouw de noordwestzijde van de Dam.

Als marktplein had de Dam vanaf 1341 een waag, die in 1565 werd vervangen door een nieuw gebouw. In 1808 echter werd dit afgebroken op last van Lodewijk Napoleon, die toen zijn intrek nam in het Paleis op de Dam en zijn uitzicht belemmerd zag.

Schepen konden tot 1841 aanmeren bij de Dam om goederen te laden en te lossen, totdat het huidige Damrak werd gedempt ten zuiden van de Oudebrugsteeg. Op het meest zuidelijke deel verrees tussen 1841 en 1845 de Beurs van Zocher. Na de bouw van de Beurs van Berlage in 1903, werd de beurs van Zocher gesloopt. Hier staat sinds 1914 De Bijenkorf.

Op de hoek van de Kalverstraat en de Paleisstraat verrees in 1870 het gebouw van De Groote Club, in 1914 werd dit vervangen door het huidige gebouw. Tussen de Kalverstraat en het Rokin verdween in hetzelfde jaar de oude bebouwing, waaronder ‘Zeemanshoop’ en werd in 1917 het nieuwe gebouw van Peek & Cloppenburg geopend. Sinds 1991 bevindt zicht hier ook de Amsterdamse vestiging van Madame Tussauds.[1]